| Over de DM'90 |
Het Dieselmaterieel (DM'90), ook wel de Buffel genoemd, is een Nederlands tweedelig treinstel met dieselhydraulische aandrijving. Het materieel wordt op dit moment gebruikt door NS Reizigers, RegioNS, Syntus en Veolia Transport. Bij Syntus rijdt het materieel voornamelijk over niet-geëlektrificeerde lijnen, bij NS wel vaker 'onder de draad'. Dit komt omdat de meeste diesellijnen inmiddels zijn overgenomen door regionale vervoerders.
De Buffel heeft, net als zijn elektrische voorganger Stoptreinmaterieel '90 (SM'90)(Railhopper), een afwijkende maximumbreedte van 3,20 meter (30 centimeter breder dan de meeste treinen en dus buiten profiel). De aandrijving van de Buffel is dieselhydraulisch en deze wordt geleverd door 2 Cummins dieselmotoren, met 6 cilinders in lijn, die de Buffel een topsnelheid geven van 140 kilometer per uur. De Buffel kan in treinschakeling met ouder materieel als de Wadloper, maar is dan beperkt in de maximale snelheid aan die van de Wadloper, 100 kilometer per uur. Deze schakeling kan omdat de DM'90 een dieselmotor heeft van Cummins en transmissie van Voith welke doorontwikkeld zijn vanuit de DH treinstellen.
De Buffel heeft schrijfremmen en een rustige loop waardoor het materieel slecht wordt gedetecteerd. Waar Buffels rijden, worden vaak assentellers geïnstalleerd. Als automatisch treinbeïnvloedingssysteem is ATB-NG geïnstalleerd. De DM'90 kreeg ook een diagnosesysteem (waarop ook de toerenteller kan worden weergegeven) en LCD-bestemmingsaanduidingen (onder andere gebruikt in het DD-AR materieel). De cabines zijn afgeleid van de SM'90.
|
| DM'90 bij NS |
Begin jaren 90 werd voorzien dat de DE-2 treinstellen (Plan X) rond 1996 vervangen zouden moeten worden, waarna eind jaren '90 ook het DE-3 materieel, de Plan U, daaraan zou moeten geloven. NS wilde graag de diesel-treindienst in het noorden en oosten blijven uitvoeren en ging haar opties bekijken:
- Een levensduurverlenging van het Plan U materieel
- Een nabestelling van de DH treinstellen (Wadlopers)
- Het aanpassen van een buitenlandse serie (waarbij werd gekeken naar een vervolgserie van de Duitse VT628 van Deutsche Bahn)
- Het realiseren van een eigen ontwerp
De eerste drie opties bleken niet realiseerbaar, waardoor NS een eigen ontwerp ging maken. De keuze tussen een dieselhydraulische (aandrijving d.m.v. oliedruk) of dieselelektrische (aandrijving d.m.v. een dieselmotor die via een generator de tractiemotoren van stroom voorziet) aandrijving werd aanvankelijk open gelaten. Wat wel snel besloten werd, was dat DM'90 een 'dieselzusje' zou worden van de SM'90; de wagenbak, inrichting en indeling van de reizigerscompartimenten en cabines werden afgeleid van de SM'90.
Een opvallend verschil tussen DM'90 en SM'90 is de ronde kop. Deze aanpassing werd pas laat in het ontwerpproces besloten. Een andere late wijziging was het veranderen van het compartiment 2de klasse in de Bk bak. In plaats van 24 normale klapzittingen kwam er een multifunctionele ruimte met 18 gestoffeerde klapzittingen, stastangen en tafeltjes; bij grote drukte kunnen hier veel mensen een staanplaats vinden.
De Nederlandse Spoorwegen bestelden in 1993 53 stellen DM'90 bij treinfabrikant Duewag uit het Duitse Uerdingen. De order bestond uit de treinstellen 3401 t/m 3453. Duewag besteedde deze order aan Talbot uit Aken, welke het interieur en exterieur bouwde en vanuit Krefeld werden de stellen naar Nederland gebracht. Een vervolgorder van 29 bakken DM'90-2, van waaruit ook 'eentjes' (motorrijtuigen) en 'drietjes' gemaakt zouden kunnen worden, is er nooit gekomen. Talbot werd later overgenomen door Bombardier.
De daken van de NS Buffels zijn wit geschilderd. Ook zijn de dichte ramen vervangen door klapramen om de hoge temperaturen, die ontstaan in het reizigersgedeelte in de zomer, tegen te gaan.
De kleur van de Buffel is warmer geel dan ander materieel; ook ontbreken de azuurblauwe diagonale balken langs de zijkant van de trein. De deuren, kop en onderstel van de trein zijn niet in grijs, maar zeer donkerblauw. Op het front van de trein is een NS-vignet aangebracht in reliëf; zonder kleuraccentuatie. De stoelen kregen zachtere kussens aangebracht en werden iets achterover gezet om het comfort te vergroten.
Treinstel 3401 was de eerste van de 53 en rolde op 12 maart 1996 van de band. Hierna werd het stel aan vele testritten onderworpen. Het eerste traject waar de trein de dienst zou gaan uitmaken was Arnhem - Winterswijk. Hiervoor moest eerst ATB-NG worden aangebracht, de overwegbediening worden aangepast voor bediening met pedalen i.p.v. lassen en moesten er assentellers worden geïnstalleerd. In juli 1996 was het tracé Arnhem - Doetinchem gereed; aan het resterende traject naar Winterswijk werd nog gewerkt tot november van dat jaar.
De eerste inzet ging niet zonder slag of stoot: door softwareproblemen stonden vaak alle stellen defect, waardoor geen trein beschikbaar was om de dienst uit te voeren. Ook leidden detectieproblemen tot een tijdelijk rijverbod van de Buffels.
Het tweede traject waar de DM'90 zou gaan rijden was de Maaslijn, Roermond - Nijmegen. Ook hier werd de aanpassingplanning, net zoals bij Arnhem - Winterswijk, ruim overschreden. Enkele perrons langs de Maaslijn moesten worden verhoogd en station Tegelen moest, om het dichter bij het centrum te positioneren, enkele honderden meter verhuizen. De werkzaamheden aan de Maaslijn waren dermate vertraagd, dat de NS zocht naar een ander inzetgebied voor de Buffels, welke ze vonden in het traject Leeuwarden - Stavoren.
Hier konden de treinen zo instappen, de baanvakken waren al aangepast aan pedaal-overwegbediening vanwege eerdere detectieproblemen met Wadlopers. In 1996 begonnen 2 stellen met het rijden tussen de twee Friese steden, met 2 stellen erbij, wat zorgde voor een riante reserve maar de rustige overgang duurde niet lang. Op 18 december 1996 stond het gehele DM'90 wagenpark 1 dag stil omdat, door een constructiefout, bij een stel het remblok zich zelfstandig had gemaakt. In 1998 stonden vele stellen stil met deze verkeerd geconstrueerde en daardoor gescheurde remschijven.
De stellen 3431-3433 zijn aangepast om de Blauwe Engelen te vervangen op het traject Heerlen - Aken. Hierdoor werd het Duitse beveiligingssysteem PZB90 Indusi geïnstalleerd, kwam er een extra klaptrede vanwege de lage perrons in Kohlscheid en Herzogenrath, werden brandblussers geplaatst op de balkons, kwamen er noodhamers in de compartimenten en kwamen er matte plakstrips op ooghoogte op de ruiten van de binnendeuren.
Nadat deze dienst geherstructureerd is, rijdt DB Regio op dit traject sinds juni 2001 met hun Talent materieel onder de naam Euregiobahn. Hierdoor kwamen de stellen na anderhalf jaar weer terug in het NS wagenpark.
De NS zet de DM'90 in op de volgende trajecten:
Leeuwarden - Wolvega
Endschede - Hengelo - Nijverdal - Zwolle
Zwolle - Kampen
Groningen - Assen - Beilen - Hoogeveen - Meppel - Zwolle
Apeldoorn - Klarenbeek - Zutphen (RegioNS)
|
| DM'90 bij Syntus |
Syntus least 12 treinstellen bij NS. Het betreft de stellen 3437-3442 en 3448-3453. Deze zijn omgenummerd naar 50-61.
Syntus zet de DM'90 in op de volgende trajecten:
Arnhem - Zevenaar - Doetinchem
Arnhem - Doetinchem - Winterswijk
Arnhem - Elst - Tiel
|
| DM'90 bij Veolia Transport |
Omdat de bestelde tussenrijtuigen voor het GTW materieel nog niet afgeleverd zijn, heeft Veolia tijdelijk (om haar machinepark bij te houden aan de reizigerscapaciteit) 2 Buffels gehuurd van NS. Het betreft de stellen 3446 en 3447.
Veolia zet de DM'90 in op het volgende traject:
Nijmegen - Venray
|
|
|
 DM'90 3410 in Kampen.
Bron: Sytze Holwerda
|
| |
 De koppeling van de 3410.
Bron: Sytze Holwerda
|
| |
 Een van Veolia's Buffels, de 3447.
Bron: Niels Jacobs
|
| |
 2 Buffels langs Groningen Europapark.
Bron: Koen van der Lee
|
| |
 DM'90 en Mat'64 in Zwolle.
Bron: Hugo van Vondelen
|
| |
 Stickerloze Syntus Buffel 60 in Arnhem.
Bron: Koen van der Lee
|
| |
 Buffel met de opdruk 'Tussen Arnhem en Doetinchem rijden wij elk kwartier' te station Arnhem.
Bron: Marc Schouwenaars
|
| |
|